Pagina’s

Het Parfum

Een jaar lang herlezen: april, het Parfum

Voor het lezen

Het Parfum las ik toen ik net twintig was, nadat ik het op een rommelmarkt op de kop had weten te tikken. Ik had het daar gekocht vanwege mijn leraar Duits op de middelbare school; meneer Velds. Deze leraar wist zo vol enthousiasme te vertellen over… ja, van alles eigenlijk. Maar ook over wat hij goede boeken vond. Das Parfum, geschreven door Patrick Süsskind, was daar een van. Hij had onze klas ooit verteld dat dit boek een van de boeken was die hij om de paar jaar weer herlas, omdat het zo’n goed boek was. Zijn verhaal was dusdanig enthousiast dat ik de titel en schrijver altijd had onthouden. En zo kwam het dat ik dit boek op die rommelmarkt meenam. Ik werd niet teleurgesteld.

Voor mij zat het leesplezier in een combinatie van twee zaken. Als eerste natuurlijk het verhaal, een beschrijving van het leven van een opmerkelijk persoon, met een fenomenaal reukvermogen. Eerst over zijn jeugd, aan het werk in leerlooierijen, over hem in semi-vegetatieve staat tijdens zwerftochten en tot slot over hoe hij aan het werk gaat als parfumeur waar hij de beste parfums ter wereld maakt en in z’n vrije tijd voor zijn eigen genot (zijn levensdoel) het ultieme parfum samenstelt, door de geur van de mooiste vrouwen te distilleren en te gebruiken. Het verhaal ook over hoe dat levensdoel allesoverheersend is en van hem een amorele seriemoordenaar maakt, een vreemd en fascinerend uitgangspunt.

Maar wat mij daarnaast pakte was Süsskind’s schrijfstijl, één van het wonderschoonste, meest poëtische proza wat ik ooit las. Twee zinnen en je bent weg. Vertrokken naar een andere wereld. Toen, net twintig, alleen wonend in mijn huisje, begreep ik heel goed waarom meneer Velds een paar jaar eerder zo geestdriftig over dit boek had verteld. Wat ik er nu, een kleine 25 jaar later van vind? Ik vermoed dat het me nog net zo zal meenemen in het bijzondere levensverhaal van de hoofdpersoon. Of dat echt zo is, ga ik ontdekken. Ik weet wel dat ik waanzinnig zin heb om dit boek te herlezen. Bring it on!

Na het lezen

Wat. Een. Bijzonder. Boek. Of wacht, laat ik eens een thesaurus er op openslaan: Het Parfum blijkt na herlezing nog steeds (misschien wel meer dan ik toen besefte) een onalledaags, curieus, merkwaardig en zelfs een zonderling boek te zijn. Op de cover van mijn exemplaar staat een zin uit een recensie van Le Nouvel Observateur: “ Süskind is de laatste der romantsiche tovenaars.” En ik geloof dat ik het daar wel mee eens ben.

Niet honderd procent rooskleurig

Waarom het boek zo ongewoon is? Voor mij heeft dat twee redenen. Ten eerste gebeurde er tijdens het lezen iets dat niet vaak gebeurd. Ik werd inderdaad meegevoerd met het verhaal, zoals ik mij herinnerde van de eerste keer lezen. Wat ik mij niet zo duidelijk herinnerde, is dat er vrij veel niet heel bijster sympathieke mensen in het boek voorkomen, er daarnaast best wat nare gebeurtenissen worden beschreven en het tot slot niet (spoiler alert) honderd procent rooskleurig afloopt. En wie mijn schrijfsels hier op Ogma kent, weet dat ik een teer zieltje heb die al teveel onsympathieke zaken niet trekt, en weet ook dat ik over het algemeen een broertje dood heb aan unhappy endings. Niet dat dat laatste in dit boek nou heel dramatisch is, want ergens is het ook wel weer (soort van) fijn hoe het afloopt, maar dat is meer omdat de narigheid door dit einde stopt, niet omdat alles weer helemaal goed is. Desondanks vond ik het een fantastisch boek om te lezen. Dat is op zich al apart, en heeft geheel met mijn persoonlijke beleving te maken.

Het Parfum
Er was eens…

Want dat is het tweede unieke aan dit boek: het leest als een sprookje. Ik wilde eigenlijk typen ‘modern sprookje’ maar dat klopt niet. Er is niets moderns aan. Het verhaal zelf speelt in de achttiende eeuw en de vertelwijze is ook zoals bij een klassieke Grimm vertelling. Misschien moet ik het omschrijven als een volwassen sprookje, of sprookje voor volwassenen. Dat komt nog het meeste in de richting. Er is een alziende, alwetende verteller die bijna altijd aan het woord is en die beschrijft wat er gebeurt. Er zijn maar heel spaarzaam dialogen en waar deze er zijn, zijn ze kort. Precies datgene dat nodig is voor het verhaal en geen zinnetje meer. Hij vertelt ons wat er in het hoofd van Grenouille en de andere personages om gaat, maar we zitten niet in hun hoofden zelf. Dat zorgt voor een afstand, die niet afstandelijk is, hoe tegenstrijdig dat mag ook klinkt. Het zorgt voor een luchtigheid, een lichtheid, die bij sprookjes hoort, terwijl je op hetzelfde moment wel geboeid en betrokken bent bij de gebeurtenissen in het verhaal.

Exit roodkapje

Net zoals er in een sprookje een gierigaard kan zijn, of een luiwammes, een gemenerik, een boze heks en zelfs een grote boze wolf, zijn er in dit verhaal eveneens vervelende en gemene personages, maar omdat we vanaf die afstand horen wat er gebeurt, hoeven we hier nooit bang van te worden, of boos over te worden, zoals mij bij andere boeken nog weleens gebeurt. Het is “maar” een sprookje tenslotte. Een sprookje voor volwassenen, weliswaar, waarbij de gierigaarden, luiaards en boze heksen tragisch aan hun einde komen en zelfs de grote boze wolf wordt verslagen, maar waarbij de opgegeten roodkapjes en eeuwig slapende doornroosjes nog steeds even dood blijven. En er bovendien geen enkele jager of prins te bekennen is. Maar dat hoort bij dit ongebruikelijke sprookje, het past bij dit wonderschone, magische verhaal, het verhaal van een mensenhatende geurjunkie. Overigens vertelde Kurt Cobain in een van zijn laatste tv-interviews dat dit een van de redenen is dat Het Parfum zijn lievelingsboek was; hij begreep die afkeer wel. Dat ik hele bladzijden hardop aan mezelf heb voorgelezen omdat ik het zo mooi verteld vond? Helemaal niet raar. Alleen bijzonder. Kijk maar:

Als Jean-Baptiste Grenouille, de menselijke teek, de geurfanaticus en parfumeur, na zeven jaren isolatie weer onder de mensen komt en zich bekwaamt in het destilleren van geuren in Grasse, besluit hij om (met een heel duidelijk doel voor ogen dat ik nu onbesproken zal laten) menselijke geuren te proberen te destilleren middels enfleurage. Dit is hoe Süsskind het beschrijft:

Dan, zeer geleidelijk en met uiterste voorzichtigheid, begon hij de mensen te benaderen. Hij sloop eerst vanaf een veilige afstand met een grofmazig net, want het kwam hem er niet zozeer op aan een grote buit binnen te halen, als wel het principe van zijn jachtmethode te beproeven.
Gecamoufleerd met zijn lichte onopvallendsheidsgeur mengde hij zich ‘s avonds in de herberg de ‘Quatre Dauphins’ tussen de gasten en bevestigde zeer kleine in olie en vet gedoopte lapjes stof onder banken en tafels en verborgen hoekjes. Een paar dagen later verzamelde hij ze weer en snoof eraan. Ze ademde inderdaad naast allerlei keukengeurtjes, tabaksrook en wijnodeur ook een beetje mensengeur uit. Die was nog zeer vaag en omfloerst, meer het idee van een algemene walm dan een persoonlijke geur. Een dergelijke massa-aura, maar zuiverder en met verheven zweettinten verrijkt, viel in de kathedraal te oogsten waar Grenouille zijn proefvlaggetjes (…) weer binnenhaalde, nadat er maar liefst zeven missen boven ze waren uitgezeten; een vreselijk geurconglomeraat van aarszweet, menstruatiebloed, vochtige knieholten en vastgeklampte handen, vermengd met uitgestoten ademlucht uit duizend in koor zingende en avemaria-murmelende kelen en de beklemmende damp van wierook en mirre had zich op de lapjes afgebeeld; vreselijk in de nevelige, contourloze, misselijk makende opeenhoping en toch weer onmiskenbaar menselijk.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de geurbeelden die Süsskind weet op te roepen; hoe hij (toch die magische tovenaar van die Observateur) met zijn woorden geuren tot leven tovert; de zware, walgelijke net als de ijle, prachtige geuren. Of over de vele vragen die het boek oproept over de menselijke zintuigen. In hoeverre staat het vermogen wel of niet te ruiken in verbinding met ons vermogen of onvermogen lief te hebben? Is er sprake van belangrijkere of minder belangrijke zintuigen? Wat is de waarde van geur ten opzichte van zien? Wat is schoonheid en hoe komt onze waarneming hiervan tot stand? Fascinerende vragen, waar ik het antwoord uiteraard niet op weet, maar waarvan het fijn is om over na te denken, en te bespreken met anderen.

Volgens mij is dit wat Het Parfum tot een exceptioneel goed boek maakt. Het neemt je mee in het verhaal alsof je naar een sprookje luistert en het laat je achter met een verrijkt gevoel. Met vragen en ideeën. Alsof je even op reis bent geweest.

Niet dat ik boeken ga ‘ranken’, maar áls ik dat zou doen dan zou Het Parfum bovenaan in de top drie staan (samen met Jane Eyre en Madame Bovary) van boeken die het herlezen meer dan waard waren. Sterker nog; Het Parfum ga ik vaker herlezen. Dat kan met zulke goede boeken. Op naar de volgende!

Jolanda Lichthart, moeder, echtgenote, schrijfster, docent, lezer. Volgens Harry Mulisch zouden echte schrijvers nooit boeken lezen, en zouden echte lezers nooit een boek kunnen schrijven. Maar Harry Mulisch, Schmarry Schmulisch, ik doe het gewoon beide. Ha!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren