Pagina’s

Madame Bovary

Een jaar lang herlezen: Januari – Madame Bovary

Voor het lezen

Wat kon ik mij als zestien-, zeventienjarige goed verplaatsen in Madame Bovary: groots en meeslepend leven, dat wilde ik ook. Dramatisch, lichtelijk pathetisch (al vond ik dat zelf toen niet) was ik net als zij eveneens. En het gevangen zitten in verveling op het saaie platteland, zonder mensen die je behoefte aan diepgang begrijpen, laats staan delen? Check, check, double check. Ik woonde in een klein Fries stadje, dat ik nu het mooiste stadje ter wereld vind, maar dat ik toen onmenselijk saai en oninteressant vond. Madame Bovary woont in (ik geloof – ik doe niet aan fact-checking in dit stadium, het gaat er immers om wat ik me nog herinner, en dat mogen best verkeerd opgeslagen herinneringen zijn.) 18e eeuws Frankrijk en eindigt na haar huwelijk in een Frans dorpje, waar zij zich al net zo stierlijk verveelt als ik in de jaren 1990 in Friesland. Dus ja, ik voelde een stevige klik met de hoofdpersoon. Haar wanhoop raakte mij als licht-labiele puber, want dat voelde ik zelf net zo.

Beide wilden we een dramatisch en diepgravend leven en beiden werden we teleurgesteld. Madame Bovary trouwt met een rustige, beetje saaie plattelandsdokter die geen enkele ambitie toont en de complexe emoties van zijn vrouw niet begrijpt. Zelf woonde ik in een huis met een moeder met ASS die net zo weinig met emoties kon als dokter Bovary in het boek.

Madame Bovary krijgt een kind (de enige voornaam die ik nog herinner: Berthe) een affaire (ik wilde dat ik die had!), financiële problemen (geldtekort herkende ik dan wel weer) en ze neemt in haar wanhoop de ultieme dramatische beslissing om haar eigen leven te beëindigen. Persoonlijk zag ik een verhuizing naar een groots en meeslepend leven in Amsterdam als mijn ontsnappingsmogelijkheid. Maar ik begreep haar wel. En wat kon ik heerlijk zwelgen in het drama en de romantiek van dit verhaal. Uiteindelijk vertrok ik nooit naar Amsterdam, maar bleef ik gewoon tot na mijn dertigste in dat Friese stadje, en met veel plezier.

Trouwen deed ik wel. Dit was pas nadat ik uiteindelijk toch verhuisde, nota bene naar een nog kleiner en saaier Drents dorp, waar ik met mijn niet- saaie Drent weliswaar niet groots en meeslepend, maar desondanks (of waarschijnlijk daarom!) een fijn en behoorlijk gelukkig leven leidt. Met best wat drama op zijn tijd, dat dan weer wel, maar een stuk prozaïscher en minder romantisch dan waar ik toen naar verlangde. That’s life. Hoe zou het zijn om als 42-jarige Madame Bovary nog eens te lezen? Ik ga het ontdekken.

Madame Bovary
Na het lezen

Nou, dat dramatische klopte. Het wordt in het verhaal al vrij snel duidelijk dat het de verkeerde kant op gaat met Emma Bovary, eigenlijk direct vanaf haar huwelijksnacht met goeiige, simpele Charles.

Vóór haar trouwen had zij gemeend dat zij de liefde had gevonden; maar nu het geluk dat uit deze liefde had moeten voortspruiten niet was gekomen, moest zij wel aannemen dat zij zich had vergist.
Al wat haar onmiddellijk omgaf, het saaie platteland, de domme burgerman, de grauwe middelmaat, kwam haar voor als een uitzondering op het werkelijke leven, een vreemd toeval waarvan zij de dupe was, terwijl zich daarbuiten, onafzienbaar, het mateloze land van passie en geluk uitstrekte.

Wat ik vergeten was, is de opbouw van het boek. We beginnen namelijk met Charles als hoofdpersoon, van schooljongen tot het moment dat hij Emma tegenkomt. Daarna is zij het die het verhaal overneemt, al stopt het boek niet na haar dood: we lezen wat er verder gebeurd met Charles, zijn moeder, Emma’s vader en haar dochter (die inderdaad Berthe heet).

Maar wat ik vooral vergeten was, is hoe bijzonder dit boek is. In het nawoord van de vertaler (Hans van Pinxteren) lees ik hoe Flaubert vijf jaar deed over het schrijven van dit boek, en hoe hij soms dagenlang bezig kon zijn met één alinea, omdat er iets is in het ritme dat hem stoort. Hij was bij het schrijven bezig een tussenvorm te vinden tussen ‘lyriek en vulgariteit’, en vond dat in wat de vertaler noemt: ‘een gestileerd proza waarin de zinnen net zo onveranderlijk, net zo ritmisch en klankrijk zijn als in goede poëzie.‘ Hoe dat in de praktijk werkt illustreert volgens mij het volgende stuk. Emma zit hierin aan het einde van haar eerste affaire, met een nogal arrogante adelman die haar gebruikt voor zijn eigen pleziertjes, zonder dat zij zich daar van één moment bewust is.

De maan rees kogelrond en purperrood aan de horizont boven de weide. Snel klom zij op tussen de takken van de populieren, die haar als een zwart gordijn vol mazen gedeeltelijk verborgen. Daarna verscheen zij blank en stralend, om aan de lege hemel haar licht te verspreiden; trager nu zette zij haar tocht voort en wierp een groot schijnsel over het riviertje, één wemeling van sterretjes; en deze zilveren schittering leek tot op de bodem door te kronkelen, als een slang zonder kop, bedekt met glanzende schubben.

De zoele nacht breidde zich om hen uit; schaduwfloersen verweefden zich met het loof. Met halfgesloten ogen zoog Emma de frisse wind met diepe teugen in. Zij spraken niet met elkaar, want ze werden te zeer in beslag genomen door hun mijmeringen. Hun hart was weer vervuld met de tederheid van vroeger dagen, rijkelijk vloeiend en stil als het vliedende water, met evenveel zoetheid als de geur die opsteeg uit de wilde jasmijn; en in hun herinnering speelden schimmen die groter en somberder waren dan de schaduwen van de roerloze wilgen die zich rekten over het gras. Nu en dan bracht een nachtdier, een egel of een wezel die op jacht ging, de bladeren in beroering, en uit de leiboom viel een rijpe perzik met een plof op de grond.

Veel poëtischer proza kom je inderdaad zelden tegen, en het maakt dit boek tot wat het is: een meesterwerk.

Dan de grote vraag. Is dit nog steeds een favoriet of is het verbleekt in het licht van de herinnering? Verdikke, word ik zelf ook nog poëtisch op mijn oude dag 😉 Dat lijkt me duidelijk. Dit is een blijvertje. Het leerde me ook weer iets over mezelf. Tegenwoordig heb ik het zo druk qua bezigheden en is het in mijn hoofd zo mogelijk nog drukker dat ik bij voorkeur makkelijke weglezertjes lees. Is het iets “moeilijkers”, iets waarbij ik mijn hersenen meer moet gebruiken dan heb ik de neiging om het al snel aan de kant te leggen.

Daar was ik als zeventienjarige niet bang voor. Ik wilde leren, ik wilde boeken lezen waar ik moeite voor moest doen, omdat ik merkte dat mij dat verder bracht in mijn ontwikkeling. Misschien dat ik dat de laatste jaren wat vergeten ben. Voor de balans is het helemaal niet erg om zo af en toe ook eens een “steviger” boek erbij te pakken. Niet alleen maar spannend, of die historische detective waar ik zo dol op ben, maar iets dat meer buiten mijn comfortzone ligt, iets waarvoor ik meer de diepte in moet. Niet altijd, maar gewoon, af en toe. Omdat dit mijn leven verrijkt. Net zoals Madame Bovary dat toen en in 2021 opnieuw deed. Lesson learnt, meneer Flaubert en jonge Jolanda. Lesson learnt.

Jolanda Lichthart, moeder, echtgenote, schrijfster, docent, lezer. Volgens Harry Mulisch zouden echte schrijvers nooit boeken lezen, en zouden echte lezers nooit een boek kunnen schrijven. Maar Harry Mulisch, Schmarry Schmulisch, ik doe het gewoon beide. Ha!

One Comment

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren