Pagina’s

Rialtobrug

La 50s dolce vita

We eindigen onze jaren 50 Grand Tour in Italië. Oom S. reist rond het Gardameer, geniet van de opera en het Italiaanse landschap. Hij ontmoet bijzondere mensen en natuurlijk geniet hij ook deze ‘vacantie’ weer regelmatig van een lekker glas wijn.

Bij de Rialtobrug komt het dagboek abrupt ten einde. Omdat elk ander jaar zorgvuldig wordt afgesloten met een duidelijk verslag van de terugreis vermoed ik dat er nog meer schriften zijn geweest, met nóg meer reisjournaals. Ik ben alleen bang dat die tussen de jaren 80 en nu verloren zijn gegaan. Zonde, maar niks aan te doen helaas.
Dus voor nu op naar het zonnige zuiden!

Na Tirol en Frankrijk hadden wij voor 1956 Italië als reisdoel gekozen en als woonplaats gedurende onze vacantie Arco aan het Gardameer.

Op naar Italië

We vertrokken 24 juli ‘s avonds per bus en trein naar Amsterdam, waar we de nacht bij de familie de J. doorbrachten. ‘s Morgens om half zeven zaten H. en ik al weer in de tram op zoek naar de bus die ons naar Italië zou brengen. Om half acht vertrokken we uit Amsterdam en na in Utrecht nog een paar mensen te hebben opgenomen kwamen we in Eindhoven aan, waar we definitief in bussen werden ingedeeld. Van Eindhoven reden we naar Keulen, waar bij de Dom nog altijd loten werden verkocht. Ik dacht eerst een behoorlijke kans op een auto te hebben, maar het leek later mis te zijn. Na onderweg nog in een Raststätte wat gebruikt te hebben kwamen we ‘s avonds om +/- 9 uur in Plochingen aan, waar we nogal lang op eten moesten wachten en na het eten direct in bed kropen. De volgende morgen om ongeveer 8 uur reden we weer en na onderweg nog gestopt te hebben in Ulrichsbrücke kwamen we door Reutte waar we uitkeken naar bekende punten, Janke was daar ook eerder geweest, en nadat we de Zugspitze nog eens weer hadden gezien kwamen we ‘s avonds om ongeveer 6 uur in Innsbrück aan. Na het eten gingen we wandelen in de Maria Theresiënstrasse en toen we moe waren hebben we nog een Tiroleravond bijgewoond, waar onderstaande kapel optrad.

Gewoon meteen weer feest hè 🙂

We zaten bij een reisleider van een gezelschap Hollanders, die behoorlijk wijn kon drinken. Toen we ophielden stond hij boven op tafel en wij waren behoorlijk draaierig. Buiten de zaal hebben wij eerst een rode soep gegeten met een paar vrolijke Oostenrijkers en daarna heb ik het restant van mijn Oostenrijkse geld uitgegeven bij een tentje met worst en augurken, waar ik me nog in mijn lip sneed. Dat wij in de Speckbackerstrasse logeerden was ik echter niet vergeten en zo lagen we om 12 uur toch nog in bed. Dit bed bleek echter van goede kwaliteit te zijn, want wij stonden de volgende morgen een uur te laat op en toen we aangekleed waren zat iedereen al in de bus, zodat we onderweg hebben ontbeten. Door prachtige bergen gingen we nu op de Brennerpas aan en tegen de middag waren wij in Italië. Om ongeveer 2 uur waren wij in Arco, waar het behoorlijk heet was. Nadat we een kamer toegewezen hadden gekregen in Albergo Casino, werden we door een paar vertrekkende Hollanders voorgesteld aan de werkeloze Italiaan Alfredo, die sterke verhalen kon vertellen over de tijd dat hij bij de partizanen geweest was.

Na het ontbijt zou ik eerst met de bus naar Riva gaan, maar omdat het mij te lang duurde voor de bus kwam ben ik over een zandweg langs de Sarca (zie onderstaande foto) naar Torbole gewandeld. Het vragen naar de weg was nogal gemakkelijk. Ik noemde de naam Torbole en wees dan in de richting waarin ik dacht dat het liggen moest. Si si zeiden de Italianen en dan wist ik, dat ik op de goede weg was. Verschillende van hen spraken Duits en één oud mannetje Engels. Hij was in Californië geweest en daar met zijn hand in een machine geraakt. In Torbole heb ik gezwommen en nog een poosje gesproken met een Duitser, die in Amsterdam was geweest op een tentoonstelling in het Rai gebouw. Na het eten ben ik terug gelopen en heb onderweg wat broodjes en tomaten gekocht en die aan de oever van het Gardameer opgegeten.

Toen ik terugkwam had H. al kaarten genomen voor de opera Nabucco in Verona en daar zijn we tegen de avond met de bus heengegaan. Het stuk werd gespeeld in de arena die in de 1e eeuw gebouwd is. We waren wel een uur voor de voorstelling op onze plaatsen en dit was ook wel nodig, daar de arena toen al bijna vol was. Er werd door de Italianen, die bijna allemaal eten bij zich hadden, druk gelachen en gepraat.

Klunzigheid blijkt al generaties lang in de familie te zitten!

Toen ik een flesje bier gekocht had, raakte dit in de drukte vaan het geld wisselen ondersteboven en stroomde onder de naast mij zittende Italiaanse. Ik trachtte de verstandhouding goed te houden met te zeggen miscusi signora en mijn zakdoek te voorschijn te halen om alles op te drogen. Tot mijn grote opluchting maakte de dame geen gebruik van de zakdoek en liep alles buitengewoon goed af.

Net voor het begin van de opera werden de aan ons verstrekte kaarsjes aangestoken en ging de verlichting aan. Al die brandende kaarsjes was een prachtig en indrukwekkend gezicht en ik vond dit met de muziek één van de mooiste dingen van deze avond. De opera was voor ons moeilijk te volgen vanwege de taal, maar met behulp van de Bijbelse geschiedenis konden we de grote lijnen toch wel bijhouden. Om 1 uur was het afgelopen en even voor 3 uur waren we weer in Arco.

Een les uit het reisdagboek; ga alleen op stap, dan ontmoet je de meest bijzondere mensen

De volgende dag heb ik alleen een tocht door de bergen gemaakt. Dit was een prachtige tocht. Ik vond het een van de mooiste dagen, die we meegemaakt hebben. Toen ik van de weg afgegaan was ben ik eerst door olijvengaarden omhoog geklommen. Verderop werd mais verbouwd. Een riviertje dat langs en over het weggetje liep werd door de boeren om de beurt gebruikt voor irrigatie. Een dijkje over de weg en het water liep door de goten van het maisveld.

Wandeling door de bergen

De mensen werken hier niet hard, tenminste midden overdag niet. Eerst heb ik een poosje staan praten met een oude kerel en een paar jongetjes die op hun rug lagen te zonnebaden. Toen ik nog verder ging vond ik nergens meer water en mijn tong kleefde vast in mijn mond. Ik was blij toen ik aan de kant van de weg een huis zag. Hier woonde de familie Aldo Moratti. Dit waren de vriendelijkste mensen die ik ooit getroffen heb. Ik vroeg om water en ze wilden me toen alles geven. Bij mijn eten heb ik een paar tomaten opgegeten die ze mij gaven, maar verder heb ik niets aangenomen. Na het eten bij bij de familie Moratti ben ik nog ongeveer een half uur omhoog geklommen. Het begon hier lekker fris te worden, maar ik kon niet verder gaan, omdat ik anders niet voor het eten terug kon zijn.

De volgende morgen moesten wij al weer vroeg op voor de reis naar Venetië. We gingen eerst naar het nu reeds bekende Verona en toen door de Povlakte, die wel een beetje op Nederland lijkt, naar Padua. In Padua hebben we de Basilica S. Antonio bekeken, maar alleen van buiten, omdat wij er met onze korte broeken niet in mochten komen. Een paar uren later waren we in Venetië. Over een soort afsluitdijk, die enkele kilometers lang was bereikte de bus de stad. We moesten toen uitstappen en per tram (dat is in Venetië een boot) verder reizen. Met deze boot kwamen wij vrij dicht bij Piazetta San Marco. Door een paar straatjes kwamen wij op dit prachtige plein, dat met geen andere plaats vergeleken kan worden. Trouwens de hele stad Venetië is iets buitengewoons, zoals de foto’s beter laten zien, dan ik het kan beschrijven. Hiernaast de Rialtobrug.

Rialtobrug
Zin in meer Italië

Verder kwam oom S. nog in Limone, Gardone, beschreef hij een ruzie tussen een echtpaar in het gezelschap, trof hij TBC patiënten uit Sicilië en mocht hij van de moeder van Alfredo niet meer praten met de vrouwen van een bepaald cafeetje, haar redenen blijven echter in mysteriën gehuld. Maar hoe lang willen jullie dat ik door ga?

Ik heb zin gekregen in meer Italië, maar er even naartoe rijden gaat even niet lukken. Met de volgende leestips waan je je wellicht toch een beetje in Italiaanse sferen. Ik was erg onder de indruk van Ik haal je op, ik neem je mee, en Astrid schreef nog niet zo lang geleden over La Superba, klinkt als een echte aanrader! Mocht je iets minder literatuur en wat meer detective willen, lees dan Mirjam haar stuk over de Venetiaanse misdaadromans van Donna Leon terug. De rest spreekt voor zich hè. Ciao!

Tineke Luimstra. Leest over verwoeste werelden, moord en doodslag, lang geleden, vreemde wezens, knusse Britse dorpjes en stoere vrouwen. Droomt over reizen langs de mooiste bibliotheken ter wereld en haar eigen piepkleine, tweedehands boekwinkel. Heeft meer boeken dan geld, dus is eigenlijk rijker dan een miljonair. Life is pretty much perfect!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren