Pagina's

We hebben altijd in het kasteel gewoond

We hebben altijd in het kasteel gewoond

Mijn naam is Mary Katherine Blackwood. Ik ben achttien jaar oud, en ik woon bij mijn zuster Constance. Ik heb altijd gedacht dat ik als het een pietsie mee had gezeten als weerwolf geboren zou kunnen zijn, want de twee middelste vingers aan beide handen zijn even lang, maar ik moest me tevreden stellen met wat ik had. Ik heb een hekel aan mezelf wassen, en aan honden en aan lawaai. Ik houd van mijn zuster Constance, en van Richard Plantagenet, en van de Amanita phalloides, de groene knolzwam. Al mijn andere familieleden zijn dood.

 

We hebben altijd in het kasteel gewoond

 

Een eerste alinea om van te houden

Ik poste een foto van We hebben altijd in het kasteel gewoond op Instagram, en een vriendin reageerde met: ‘Ooooooohhhh… Mijn allerliefste lievelingsboek. Ooit! Aller tijden! Ter Wereld!’. Ik vroeg haar waarom en ze vertelde dat alleen de eerste alinea al mooi genoeg was om verliefd op te worden. Dat kon ik inmiddels beamen, die had ik zelf ook al drie keer gelezen. Jullie misschien ook, hij staat hier boven de foto.

 

Gif

Mary Katherine, ook wel Merricat genoemd, woont samen met haar zus Constance en haar oom Julian in een klein dorpje. Ze leven daar volkomen geïsoleerd van de rest van de dorpelingen, sinds de rest van hun familie zes jaar voor de aanvang van het verhaal werd vergiftigd. Constance heeft hiervoor terecht gestaan. De dorpelingen waren toch al nooit dol op de Blackwoods, maar nu zien ze hen het liefst vertrekken uit het dorp. Merricat is de enige die nog in het dorp komt. Twee keer per week haalt zij de boodschappen en de bibliotheekboeken op. Zich bewust van de haat tegen haar familie probeert Merricat haar geliefden te beschermen met talismannen, die ze rond het huis en landgoed begraaft en ophangt. Op een dag is één van deze talismannen stuk, en staat hun charmante neef Charles op de stoep. En dan verandert alles.

 

Ooit! Aller tijden! Ter wereld!

We hebben altijd in het kasteel gewoond wordt een klassiek horror verhaal genoemd, maar is tegelijkertijd zo veel meer. Geschreven door Shirley Jackson in het laatste jaar van haar leven, waarin ze leed aan ernstige pleinvrees, voel je aan elke zin dat álles aan dit gezin en Merricat mis is. Dat dit een boek is dat niet goed af kan lopen. Het laat de liefde zien tussen zussen en de intense haat  en angst van mensen voor alles dat ze niet begrijpen. Het is prachtig, het is ongemakkelijk, het is duister en het is inmiddels ook een van mijn meest favoriete boeken. OOIT!

 

Ik wou dat jullie allemaal dood waren, dacht ik, en ik verlangde ernaar het hardop te zeggen. Constance zei: ‘Laat ze nooit merken dat het je raakt’, en: ‘Als je erop ingaat, wordt het alleen maar erger’, en dat was waarschijnlijk waar, maar ik wou dat ze dood waren. Ik zou het leuk hebben gevonden om op een ochtend de kruidenierswinkel binnen te komen en ze daar allemaal, zelfs de Elberts en de kinderen, gillend van pijn te zien creperen. Dan zou ik zelf mijn boodschappen pakken, dacht ik, over hun lijken heen stappen, alles van de schappen pakken wat ik wilde, en naar huis gaan, en misschien eerst mevrouw Donell terwijl ze daar lag nog een schop geven. Ik had nooit spijt als ik zulke dingen dacht; ik wou alleen dat ze bewaarheid werden.

 

Tineke Luimstra. Leest over verwoeste werelden, moord en doodslag, lang geleden, vreemde wezens, knusse Britse dorpjes en stoere vrouwen. Droomt over reizen langs de mooiste bibliotheken ter wereld en haar eigen piepkleine, tweedehands boekwinkel. Heeft meer boeken dan geld, dus is eigenlijk rijker dan een miljonair. Life is pretty much perfect!

3 Comments

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren