Pagina's

Hond in de Pot

De Finale van Hond in de Pot

Een spetterend kerstfeest of de hond in de pot?

Nog snel teruglezen hoe het allemaal begon? Hier zijn de links naar deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.

Hond in de Pot

Kaartje van Cardcetera

 

Evert zette zich over zijn eerste teleurstelling heen, keek naar buiten, naar de neerdwarrelende sneeuwvlokken en zei: ‘Blijf jij maar mooi thuis kind. Je moet geen onverantwoorde dingen doen. Bovendien verwachten wij nog gasten,’ zei Evert met enige trots, ‘wacht, ik haal Evelien even. Blijf aan de lijn hoor, want ik moet haar even van beneden halen.’ Hij legde de hoorn op het dressoir en haastte zich naar beneden. De gedachte dat Anna wel een beetje laat belde en op dit tijdstip – wel of geen sneeuw – toch niet meer hun kant was opgereden, zette hij van zich af. Zijn humeur was te goed.
Hij hijgde toen hij beneden kwam: ‘Anna aan de telefoon. Ik dacht dat je haar nog wel zou willen spreken.’
Evert loodste Evelien handig rechtstreeks naar de woonkamer, niet eerst door de keuken waar ze de verbrandde witlofschotel zou zien. Hij gaf haar de hoorn en fluisterde: ‘Ze kunnen niet meer komen, het sneeuwt bij haar.’
‘Sneeuwt het bij jullie?’ vroeg Evelien in de hoorn.
‘Wat zeg je: al een halve meter sneeuw en het komt onze kant op?’
Het weer was het allerlaatste wat Evelien aan haar hoofd had.
Anna zei: ‘Ik had misschien eerder moeten bellen, maar ik heb steeds gedacht dat het wel zou ophouden met sneeuwen. Hopelijk had je je er niet al te veel op verheugd.’
‘Geeft niet hoor, we verwachten namelijk nog meer gasten,’ zei Evelien en keek naar de pendule die half acht aangaf.
Toen Evelien de telefoon had neergelegd had Evert haar voorzichtig geconfronteerd met de verbrande witlofschotel. Evelien hield zich dapper, maar Evert zag tranen in haar ogen en haar mondhoeken trilden. ‘Die kan wel weg,’ zei ze kort en kieperde de schotel in de pedaalemmer. Het goede humeur van Evert en Evelien werd danig op de proef gesteld. Ze hadden al een hele tijd niet meer op hun horloge gekeken en hun oren waren niet meer gespitst op de deurbel, inmiddels verwachten ze niets of niemand meer. In stilte, ieder met hun eigen gedachten, liepen ze de trap af naar de winkel. Vanuit de geïmproviseerde keuken geurde hen opnieuw een teleurstelling tegemoet. De pan met boerenkool was aangebrand. De kleine werkplaats had zich gevuld met rook en de scherpe geur van verbrande boerenkool. Evert zwaaide de achterdeur open en zette de rokende pan op het gras waar inmiddels een laagje sneeuw lag.
Evelien barstte in tranen uit. Evert sloeg zijn armen om haar heen en streek troostend zijn hand over haar haar.
‘Er komt niemand,’ snotterde ze.
‘Dat weet je niet.’
‘Niemand wil ons eten. Zelfs onze eigen kinderen niet.’
‘Misschien komen er nog wel mensen,’ probeerde Evert tegen beter weten in en loodste haar naar de eetzaal.
‘Ach, dat geloof je toch zelf niet meer,’ Evelien begon boos te worden.
Evert zweeg en zette zijn vrouw op een stoel. ‘Ik zal een kopje koffie voor je zetten,’ en hij liep naar de toonbank, waarachter hij een koffiezetapparaat had neergezet.
Evelien viste een zakdoek uit haar schort en snoot luidruchtig haar neus, terwijl de tranen bleven komen.
‘Wat hebben we ons in ons hoofd gehaald Evert,’ zei ze snikkend. ‘Zitten wij hier met onze goeie bedoelingen en al dat lekkere eten en niemand wil het hebben.’ Ze veegde met haar gebarsten werkhanden haar tranen weg.
‘Wij bedoelden het goed,’ zei Evert, hoewel hij zelf ook zwaar teleurgesteld was.
‘Maar niemand zit blijkbaar op onze goeie bedoelingen te wachten.’
Evert wilde zijn vrouw troosten, maar wist niet hoe. Hij schonk de koffie in, dat was de enige troost die hij kon bedenken. Zo zaten ze in stilte aan de grote eettafel in de versierde fietsenwinkel. De kerstboom in de etalage, de mooie tafelkleden op tafel, de kaarsjes, de kerststukjes, die Evelien nog had gemaakt laat op een avond, terwijl ze eigenlijk nog te moe was om rechtop te blijven zitten, maar ze deed het toch omdat ze vond dat het bij een kersttafel hoorde. Evelien’s tranen droogden een beetje op en Evert legde bemoedigend zijn hand op de hare. Ze glimlachten naar elkaar.

In de werkplaats kletterde iets op de grond. Ze keken elkaar aan.
‘Wat is dat?’ vroeg Evert.
Evelien haalde haar schouders op.
Evert ging, met Evelien verscholen achter zijn rug, naar de werkplaats, om daar te ontdekken dat er alsnog gasten langs waren gekomen. Bij de snertpan op het fornuis zaten drie katten de worst uit de pan te vissen, het deksel hadden ze eraf gewipt, in de aardappelpan was de kop van een hond verdwenen, nog een paar katten en een hond hengelden uit de pan hutspot.

Door de achterdeur die Evert open had laten staan kwamen nog meer viervoeters. Bij de pan met aangebrande boerenkool duwden een paar honden om en om hun snuit in het eten.
Evelien sloeg haar hand voor haar mond en slaakte een kreet. Slechts één kat schoot weg, maar was na twee tellen al weer terug.
‘Ze eten al dat lekkere eten op!’
‘Het zijn de dieren van die mevrouw uit de Jozef Israelsstraat,’ zei Evert. ‘Ik zal ze wegjagen.’ Evert begon op de vloer te stampen en ksst te roepen.
‘Nee, laat maar Evert. Ze zijn uitgehongerd. Kijk ze eens lekker eten.’
Evert haalde de rollade en de schaal met stoofpeertjes van de toonbank en schoof dit richting de hongerige dieren. Een paar katten snuffelden eerst, maar een magere bruine hond stak meteen zijn spitse snuit in de schaal met stoofpeertjes en slobberde die leeg.
Evelien keek tevreden toe hoe de dieren zich tegoed deden aan het lekkere eten en ze voelde zich gelukkig. Evert sloeg zijn arm om het middel van zijn vrouw, gaf haar een zoen in haar nek en zei: ‘Gelukkig had jij eten genoeg gekookt voor een heel weeshuis.’

Iedereen een hele fijne, warme kerst toegewenst namens de gehele Ogma redactie!

Opgegroeid met de boeken van W.G. van de Hulst en heeft daar nog steeds een zwak voor. Keek vroeger graag naar Murder, She Wrote en wenste heimelijk dat zij Jessica Fletcher was. Kwam er ooit aardig dicht in de buurt, toen ze logeerde in het huis uit de serie, wat haar vervolgens inspireerde om zelf een moord mysterie te schrijven. Werkt er aan om dat manuscript als boek uitgegeven te krijgen. Leest, schrijft, mediteert en kijkt naar de stand van de maan om zichzelf beter te begrijpen en te duiden en hopelijk wat wijsheid over te brengen naar anderen.

3 Comments

Geef een reactie

Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren