Pagina's

Kerstsferen

Hond in de Pot deel 4: De Fietsenmakerij in kerstsferen

Vorige week bedachten Evert en Evelien een geheim plan, vandaag wordt er hard aan dat plan gewerkt.

 

Kerstsferen

Kaartje van Cardcetera

 

En zo togen Evert en Evelien aan het werk. Evert maakte in de koude werkplaats de oude gootsteen vrij. Hij heropende de hoofdkraan en liet het water langdurig doorstromen. Hij zocht wat kacheltjes op de vlooienmarkt en kreeg zo de oude fietsenmakerij weer warm.
Evelien opende alle keukenkastjes en zocht haar grootste pannen en schalen. Ze liet Evert al het serviesgoed uit het volkstuinhuisje halen. Ze waste de enorme stronken boerenkool en winterwortels die Evert van de volkstuin had gehaald. Voor een paar centen kocht Evert vloerkleden en stoelen op de vlooienmarkt. Hij had de voormalige winkel leeggehaald en de vloerkleden over de tegelvloer uitgespreid. In het midden plaatste hij tafels en ander meubilair dat voor een tafel door kon gaan. Op de oude toonbank zouden de pannen kunnen komen te staan, bedacht hij. Dan konden de gasten daar hun bord opscheppen. Evert bekeek tevreden het resultaat en schoof zijn pet eens naar achter en weer naar voren.
’s Avonds zaten Evert en Evelien aan de kamertafel en schreven een hartverwarmende uitnodiging die Evelien de volgende dag bij de supermarkt ging kopiëren. In elke brievenbus deden ze een uitnodiging.
Het werden spannende dagen voor Kerst. Evelien zwoegde in de keuken. Ze had kramp in haar vingers van het aardappelschillen en spierpijn van het aardappels stampen. Het voordeel was dat ze het morgen alleen nog maar hoefde op te warmen. Op de dag van het feest zelf waren Evert en Evelien moe, maar vol verwachting over wat de avond zou brengen.
‘Ik hoop maar dat we genoeg hebben,’ zei Evelien bezorgd, veegde het zweet van haar voorhoofd en toen haar handen af aan haar schort.
‘Evelien!’ zei Evert en sloeg zijn arm om haar middel, ‘daar zou ik me maar geen zorgen om maken, want jij hebt altijd eten genoeg voor een heel weeshuis.’
De borden stonden op tafel, de kaarsjes branden, de kerstboom in de voormalige etalage maakte de sfeer compleet.

Evelien sleepte alle pannen met het voorgekookte eten van boven naar beneden, naar haar geïmproviseerde keuken in de werkplaats. Ze had alles goed uitgekiend: de rollade en de stoofpeertjes konden koud geserveerd worden evenals de witlofsalade. Ze had boven nog een witlofschotel met ham en kaas in de oven staan. Ze had vier pitten op haar fornuis; één voor de pan met gekookte aardappelen, één voor de grote pan met stamppot boerenkool, één voor de pan met hutspot en dan nog één voor de reuzenpan met erwtensoep. Ze had om half vijf, toen het buiten al donker begon te worden, de pannen op een laag vuur gezet zodat alles langzaam op kon warmen.
Op de uitnodiging hadden ze gezet dat iedereen vanaf zes uur welkom was, inmiddels konden er elk moment mensen komen.
De spanning steeg bij het echtpaar. Evelien roerde in de pannen, proefde nog eens van de erwtensoep, toch nog maar wat zout erbij. Buiten kwamen dunne aarzelende sneeuwvlokjes naar beneden die langs het raam streken. Het werd half zeven en kwart voor zeven en Evelien’s hart klopte in haar keel. Evert was al die tijd in de winkel bezig; verlengkabels aansluiten, emmer water klaarzetten voor omvallende kaarsen – je kon niet voorzichtig genoeg zijn -, servetten op tafel leggen en al die tijd had hij elke minuut op zijn horloge gekeken.
Opeens hoorde hij Evelien roepen: ‘Evert! De ovenschotel!’
Ze kwam de winkel binnengerend, lichte paniek in haar ogen. ‘De witlofschotel staat nog in de oven!’
‘Rustig maar,’ zei Evert, ‘ik haal ‘m wel op. Blijf jij maar hier beneden, voor als er mensen komen.’
Evert hoefde het deurtje van de oven niet open te doen om te weten dat de schotel verbrand was. Hij zette het keukenraampje open om de rook er uit te laten. Hij prikte in de witlof, probeerde niet aan het teleurgestelde gezicht van Evelien te denken en hoopte dat er nog wat aan te redden viel.
De telefoon ging en hij liep naar de kamer.
‘Dag Anna, ben jij het?’
‘Hallo Evert,’ zei Anna. Zijn schoondochter noemde hem altijd bij zijn voornaam. Een heimelijke teleurstelling.
‘Ik wilde even zeggen dat de kinderen en ik niet meer komen. Hier ligt al een enorm pak sneeuw, het is gewoon niet veilig om de weg op te gaan. De verwachting is dat de sneeuwbuien jullie kant op trekken.’

 

 

Komt dit nog goed? Volgende week de laatste aflevering van Hond in de Pot….

Opgegroeid met de boeken van W.G. van de Hulst en heeft daar nog steeds een zwak voor. Keek vroeger graag naar Murder, She Wrote en wenste heimelijk dat zij Jessica Fletcher was. Kwam er ooit aardig dicht in de buurt, toen ze logeerde in het huis uit de serie, wat haar vervolgens inspireerde om zelf een moord mysterie te schrijven. Werkt er aan om dat manuscript als boek uitgegeven te krijgen. Leest, schrijft, mediteert en kijkt naar de stand van de maan om zichzelf beter te begrijpen en te duiden en hopelijk wat wijsheid over te brengen naar anderen.

2 Comments

  • Wieneke

    17 december 2016 at 09:54

    Nu vind ik witlof uit de oven toch helemaal niet lekker, dus mij kan het niet schelen dat de boel zwart is, maar ik zit wel in de senuwe of er nu wel eters komen. Het moet wel goed aflopen, hoor! * kijkt streng *

    Beantwoorden
  • Anita Willems

    17 december 2016 at 20:32

    Het is een Kerstverhaal, Wieneke, dus het komt goed! Aan het eind is iedereen blij en tevreden. Of het is wat je had verwacht, dat weet ik niet…..maar….zoals Sinterklaas uit het Sinterklaasjournaal altijd zegt ‘het komt altijd allemaal weer goed.’
    Fijn dat je zo trouw meeleest!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren