Pagina's

Canterbury Tales of mystery and murder

Dekselse Detective Dinsdag: The Canterbury Tales of Murder and Mystery

Een paar weken geleden schreef ik hier over de Brother Athelstan reeks van Paul Doherty. Deze rector en hoogleraar schrijft behoorlijk veel (en naar mijn bescheiden mening behoorlijk goed ook nog, gouden combinatie). Behalve de serie rondom de franciskaner monnik Athelstan schreef hij verschillende andere series, waaronder een in mijn ogen vrij bijzondere.

 

Canterbury Tales of mystery and murder

 

Hij bewerkte namelijk de Canterbury Tales tot detectives. Voor wie het niet weet, de Canterbury Tales zijn een van de oudste boeken uit de Engelse geschiedenis. Het is een verzameling verhalen, geschreven in de 14e eeuw, door Geoffrey Chaucer. De verhalen van de Canterbury Tales behoren tot de klassieke Engelse verhalen en zijn in de loop der eeuwen al door veel mensen herverteld. Mij staat het hilarische toneelstuk dat we tijdens mijn opleiding tot docent Engels keken, nog levendig voor de geest.

De verhalen, honderden jaren oud of niet, lenen zich heel goed voor bewerking, omdat ze goed in elkaar zitten, veel vertellen over mensen in die periode, maar ook gewoon over mensen in het algemeen. Er zit humor in, spanning, af en toe wat pikants, kortom genoeg om ook de 21ste eeuwse mens nog te boeien!

De Canterbury Tales is een zogenaamde raamvertelling. Een groep zeer uiteenlopende mensen uit even zozeer uiteenlopende achtergronden reist samen, ze zijn op pelgrimstocht. Om deze lange tocht naar Canterbury wat plezieriger te maken spreken ze af om ieder vier verhalen te vertellen. Twee op weg naar Canterbury en twee op de terugweg. De herbergier die dit oppert zal als jury fungeren, want het is een wedstrijd: wie heeft het beste verhaal verteld? Zoals te verwachten lopen de thema’s van de verhalen erg uiteen. Sommige verhalen geven de maatschappelijke positie van de verteller weer, sommige drijven de spot met de positie van anderen. Er zijn geestelijken, koopmannen, hoog geplaatsten en bedienden in het gezelschap en iedereen mag zijn (of haar) verhaal vertellen. Die verhalen krijgen de naam van de persoon die ze verteld; zo is er het verhaal van de ridder (the Knight’s Tale), die van de dronken molenaar (the Miller’s Tale), die van de rijke vrouw uit Bath (The Wife of Bath’s Tale) en er is het verhaal van de beul. Die laatste is een van de verhalen die Doherty bewerkte tot een spannende detective. Wat zeg ik? Tot een razend spannende!

Simon Cotterill is een van de pelgrims die op weg is naar Canterbury en hij vertelt op een avond zijn verhaal. Terwijl hij vertelt, gaan we terug in de tijd en lees je wat hij meemaakte. Hoe hij een (hulp van een) beul werd. Het blijkt dat er veel meer aan dit beroep verbonden is dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Er was ontzag voor dit beroep, maar vooral ook afkeer. Plaats daarbij mysterieuze gebeurtenissen, heksen en tovenaars, mensen die op lijken te staan uit de dood en een groot complot om duistere zaken te verdoezelen…. Dat alles beschreven in een tempo dat je op het puntje van je stoel houdt, een plot dat goed doortimmerd in elkaar zit en je hebt de ingrediënten om in elk geval mij een paar uur geboeid te houden. The Hangman’s Hymn is de titel van het boek dat ik las in deze reeks, en het boek heeft slechts één duidelijk minpunt. Veel te kort! Ik wil meer!

In punten uitgedrukt:

  • Plot: 4 punten
  • Schrijfstijl: 5 punten
  • Tempo: 5 punten
  • Hoofdpersonen: 4 punten
  • Meeslependheid: 5 punten
  • Romantisch accent: 2 punten
  • Historisch accuraatheid: 5 punten

Totaal 30 punten. In cijfers komt dit neer op een 9.0. Wat ik hiermee wil zeggen? Mocht je van detectives houden, dan is de naam Paul C. Doherty een om in de gaten te houden. Remember that name! (Ook voor de mensen die hier meelezen en nog een verlaat verjaardagscadeau voor mij zoeken 😉 )

The Canterbury Tales of Murder and Mystery is een serie die bestaat uit 7 delen. De eerste verscheen in 1994, de laatste in 2012. Ik las voor deze beoordeling het in 2001 verschenen vijfde deel: the Hangman’s Hymn.

Jolanda Lichthart, moeder, echtgenote, schrijfster, docent, lezer. Volgens Harry Mulisch zouden echte schrijvers nooit boeken lezen, en zouden echte lezers nooit een boek kunnen schrijven. Maar Harry Mulisch, Schmarry Schmulisch, ik doe het gewoon beide. Ha!

2 Comments

  • Anoniem

    7 juni 2016 at 07:07

    Wat een leuk uitgangspunt! Klinkt weer als een aanrader en ga ik eens voor bij de bieb kijken.

    Op vakantie in UK de namen Doherty en Tremayne in de gaten gehouden, maar er helaas geen boeken van gevonden. In Oxfamwinkels wel tegen twee moderne detectives aangelopen van PD James en R Wingfield. Geweldige boeken, waarvan het beeld helaas iets is vertroebeld door de tv verfilmingen (jaren geen James en Wingfield meer gelezen omdat ik voorlopig genoeg Dalgliesh en Pascoe&Dalziel had gezien). Dus hoop ik nu eigenlijk dat de boeken van Doherty en Tremayne niet zullen worden verfilmd, want dan vrees ik voor hetzelfde effect.

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit:
Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren