Pagina's

Paul Doherty Brother Athelstan

Dekselse Detective Dinsdag: The Sorrowful Mysteries of Brother Athelstan reeks

Afgelopen december kwam ik met een enorme lading boeken thuis van een boekenmarkt. Soms maak ik me wel eens zorgen over hoe ik aan nieuwe boeken kan komen voor deze rubriek (hoeveel historische detective reeksen zullen er zijn? Het moet een keer ophouden. Toch?) Voorlopig is dat gevaar afgewend, want ik kwam thuis met verschillende detectives, waarvan er in elk geval eentje volledig in aanmerking komt voor deze rubriek. Ik ging aan de slag met lezen, en al na anderhalve bladzijde wist ik dat dit geen vervelend klusje ging worden. Voor mensen die hier wel weer eens een pittiger vergelijking zouden willen zien: helaas. Het was echt een waanzinnig leuk boek.

 

Paul Doherty Brother Athelstan

 

Welke het nou was? Een boek uit de reeks ‘The Sorrowful Mysteries of Brother Athelstan’ van Paul Doherty. Een schrijver die er (net als ik!) niet van houdt zich te beperken tot één soort boeken. Althans, hij schrijft historische detectives, maar dan wel 16 verschillende reeksen! Ik ben tot dusverre aangelopen tegen zijn reeks die speelt in het oude Egypte (lag ook bij deze boekenmarkt, maar heb ik niet meegenomen. Beetje spijt van, maar hoewel ik erg geïnteresseerd ben geweest in deze tijd, trok een detective die zich daar en toen afspeelde mij niet zo op dat moment. Nu ik weet hoe deze schrijver schrijft, zou ik ook zo’n detective wel meenemen). Daarnaast een reeks die zich in de tijd van Geoffrey Chaucer afspeelt, en waarbij hij de verhalen van diens Canterbury Tales opnieuw bewerkt (hierover in een volgende aflevering wellicht meer, want hiervan nam ik er wel een mee) én dan dus deze reeks, over de Benedictijner monnik Athelstan. Geen ‘monk’, zoals brother Cadfael. Dit is de Engelse term voor een monnik die zich in een kloostergemeenschap bezighoudt met zijn devotie, maar een ‘friar’, een broeder die de maatschappij intrekt om daar goed te doen.

Athelstan dient God dus door te werken. Hij leidt een parochie (St Erconwald’s) in het arme Londense Southwark, maar wordt ook verwacht om, indien nodig, te fungeren als secretarus (assistent) van Sir John Cranston, de man die namens het bevoegd gezag onderzoek moet doen naar misdaden en mysterieuze sterfgevallen. Dit alles speelt zich af in de 14e eeuw (het boek dat ik las was gesitueerd in de herfst van 1380).

De schrijver van de onderzochte serie is Paul Doherty. Deze meneer heeft een C.V. waar je ‘U’ tegen zegt, want, jemig, wat heeft deze man allemaal wel niet gedaan… Als jongeling (geboren in 1946) studeerde hij theologie, met als doel een katholieke priester te worden, maar hij gaf deze toekomstdroom na drie jaar op. Hij studeerde cum laude af in geschiedenis en behaalde een doctoraat hierin aan de universiteit van Oxford. Hij is een bekende spreker, met name op het gebied van (waargebeurde) historische mysteries. Paul Doherty is naast schrijver (hij schreef in totaal a whopping 97 fictieboeken en 6 nonfictie werken) ook ‘headmaster’, de rector, van een van de beste katholieke middelbare scholen in Engeland. Hij ontving een Koninklijke onderscheiding vanwege zijn inspanningen in het Britse onderwijs. Als ik dan ook nog ontdek dat meneer Doherty een boek schreef waarin de theorie dat Koningin Elizabeth (“the Virgin Queen”) heimelijk een kind zou hebben gekregen wordt onderzocht, dat er op basis van dit boek een fantastische documentaire (voor ITV) is gemaakt én dat er weer een andere documentaire (The secrets of the Virgin Queen, op National Geographic Channel) is, waar hij aan meegewerkt heeft, dan is er bij mij geen enkele twijfel over de historische accuraatheid van zijn boeken. He the man, wat mij betreft.

Als we weer terug gaan naar de eenzame Brother Athelstan, merk je dan dat de boeken zijn geschreven door zo’n eminente persoonlijkheid? Nou, niet in de zin dat het saai en droog is, verre van zelfs. Wel in de zin dat meneer Doherty weet waar hij het over heeft. Nou zijn er vast wel meer stoffige professoren die weten hoe het er aan toe ging in de middeleeuwen, maar het is maar weinigen gegeven om dat weer te geven op een manier die het verleden weer tot leven brengt. Paul Doherty verstaat die kunst.

Of het nu de details zijn over het vieren van de mis, het eten dat gegeten werd (dit boek heeft mij, na ruim anderhalf jaar een vrijwel broodloos eetpatroon, geïnspireerd tot het eten van dik gesneden stukken brood, ruim besmeerd met gezouten roomboter en honing. Geheel in Athelstanstijl, in het geheel niet paleoproof, maar lekker.. Lekker…) tot zaken als hoe iemand genoemd werd. Mensen hadden in deze tijd wel namen, maar vrijwel alleen de hogere klasse gebruikte hun echte naam. In het vervallen Southwark worden mensen veelal genoemd bij hun bijnaam. Zo zijn daar Godbless, de plaatselijke bedelaar en (komt slechts in één regeltje voor, maar tekenend voor de geestige authenticiteit van het boek) de professionele bedelaar Rawbum, aldus genoemd omdat hij enkele jaren daarvoor laveloos dronken in een pan kokende olie was gaan zitten, en daar de gevolgen de rest van zijn leven met zich mee bleef dragen.

Ik zal eens wat vaart maken met mijn beoordeling, voor ik wellicht wat te lyrisch wordt. De schrijfstijl is dus erg goed, het tempo perfect. Het plot zat goed in elkaar, en dat ik bepaalde elementen wist te voorspellen (maar andere niet!) schrijf ik liever toe aan mijn heldere inzicht dan aan eventuele voorspelbaarheid van het verhaal. De hoofdpersonen, Brother Athelstan en Sir John, komen net als de bijfiguren, als gezegd, echt tot leven en het zijn mensen over wie je meer wilt weten. Hun geluk en ongeluk maken hen tot echte mensen, niet slechts figuren in een boek. Er is zelfs een romantisch accent te vinden in de boeken, al is deze dan zijdelings. De vluchtende prostituee en haar geliefde in dit boek, maar vooral ook de onuitgesproken aantrekkingskracht tussen Athelstan en Benedicta, de weduwe die hem helpt wat betreft huishouden, maakt dat liefde voldoende vertegenwoordigd is in het verhaal. Last but not least: in het boek dat ik las, was de schrijver ook niet te scheutig met lijken. In de eerste paar hoofdstukken vallen er direct drie en dat gaat zo door tot en met de ontknoping. Zoals jullie weten: ik hou wel van een sappige moord. Of twee. Of acht.

Een en ander in punten:

  • Plot: 4 ½ punten
  • Schrijfstijl: 5 punten
  • Tempo: 5 punten
  • Hoofdpersonen: 4 ½ punten
  • Meeslependheid: 5 punten
  • Romantisch accent: 3 ½ punten
  • Historisch accuraatheid: 5 punten

Totaal 32 ½ punten. In cijfers uitgedrukt komt dit neer op een 9.2. De beoordeling van veertien dagen geleden niet meegerekend (Fidelma valt overal buiten) is dat de hoogste tot nu toe. En dat klopt helemaal met mijn gevoel bij deze reeks. Ik heb er bij toeval eentje gevonden, maar ik ga op zoek naar meer. Die Athelstan is nog niet van mij af!

Ik las voor deze beoordeling ’The House of Shadows’, de negende in een reeks van vijftien detectives. De laatste verscheen in 2015.

Jolanda Lichthart, moeder, echtgenote, schrijfster, docent, lezer. Volgens Harry Mulisch zouden echte schrijvers nooit boeken lezen, en zouden echte lezers nooit een boek kunnen schrijven. Maar Harry Mulisch, Schmarry Schmulisch, ik doe het gewoon beide. Ha!

5 Comments

Geef een reactie

Helaas moet Ogma ook de cookie-jar open trekken. Wij gebruiken cookies om deze website zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken en u te voorzien van de beste informatie. Klik op 'Instellingen wijzigen' om uw cookievoorkeuren aan te passen en voor meer informatie over het gebruik van cookies op deze website.
Annuleren